Het Ontstaan van Grou
De naam komt voor als Growe, Grouwergae, Grouw, Grou.
Grouw dankt z'n naam aan de rivier de 'Grouw', die later als een druk bevaren
kanaal ( Kolonelsdiep) goede verbindingen met Leeuwarden, Staveren en Groningen
had.
Volgens oude beschrijvingen: De stroom (riviertje), die Grou genoemd wordt en
die uit het Pikmeer voortkomt en in haar loop de Glle en de Boschsloot opneemt
voorts in westelijke richting de Zwin ontvangt en dan in zuidwestelijke richting door de grietenij waar ze bij Irnsumerzijl de Muzel ontvangt,
dan kronkelend zuidwaarts naar Oude Schouw, door de wetering in het Sneekermeerte ontlasten.
Ergens anders lezen we:
Het overtollige water vond een uitweg door de Grou en de Moezel naar de Middelsee in de buurt van Irnsum. Bij hoge vloeden zetten zich kleideeltjes af. En zo zette zich bij het huidige Grouw een "kleirugje" af wat de eerste bewoners tot woonstee kon dienen. Tot het jaar 1000, terwijl het zeewater steeds hoger werd, hebben de eerste bewoners die 'ruggen' plaatselijk verhoog'tot een drietal terpen. Rond het jaar 1000 werd een kerk gebouwd met steen die aangevoerd werd uit de Eifel en Sint Pieter werd de beschermheilige.
In 1242 was Hayo d'Grove misschien de eerste bewoner van het dorp. Oorspronkelijk was Grouw, dat alleen over water bereikbaar was, een klein en armelijk dorpje met wat vissers, kooikers en koemelkers. Misschien was het wel een uitbuurt van het toen wel belangrijke Idaard. "De landen te Grou ende daer omtrent dese tijt (1230) meest zaetlandt waren, want vermits die goede waterlossingen die se hadden, scheen het goed ende hooch Landt te wesen", schreef Occo van Scarl.
Maar later schrijft Kempo Martena in z'n Landboek dat 'het land tussen "Grou en de Wolden" in 1506 meest zeer laag en moerassig was, "meest woest ende overheerigh", terwijl het Benificiaalboek van 1544 meldt van parcelen wiltland, reedmeren, leech ende gebroecken landen". Doe men sestyn eeuwen sach, In t jaer seventig en twee, Doen ons lant het weegeklach Overstroomde als de see Door de macht van Frans en Brit, Ondersteund door Myterheeren, Die veel menschen haar besit Roofden, k hoop God sal t voorts weeren, Doen aijn dese eskenbomen En door onze last geset, K hoop Idaarderadeel zal bloijen, tVolk gelijk Lauryren groijen, Dat s ons wens, en ons gebet 13 aug.1675 BURMANIA ,grietman Grouw, het dorp van de Halbertsma's. We spreken dan echter over 1825-1875. De huizen waren gebouwd op een natuurlijke hoogte, een soort schiereiland tussen de Grouw en het Pikmeer. Dit plekje lag hoog genoeg om veilig te zijn bij hoog water. Zelfs bij de watervloed van 1825, toen een groot gedeelte van Frysln er 'nderstrpte', bleef Grouw gespaard, al was de nood in de omgeving heel groot. Zo vertelt ons Dr.E.Halbertsma.
Was het dorp, in vroeger tijd, alleen over water bereikbaar, in 1759 werd dwars door het moerassige land een 'rijdweg' aangelegd, die liep van het dorp naar waar nu het station is. Vanaf dat moment kon men dus ook met paard en wagen, zij het met moeite in de regentijd, vanuit Leeuwarden en van richting Zwolle in Grouw komen. In die tijd maakte de kastelein van 'Het wapen van Idaarderadeel' ook al reklame voor z'n etablisement door de liefhebbers van zeilen en vissen uit te nodigen. Echter moest men wel 3 dagen van te voren reserveren om verzekerd te zijn van een goed logies en een 'goed zood vis'.
Pas, bijna een eeuw, later, in 1842, werd deze modderweg verhoogd en verbreed en van een puinlaag voorzien. Daardoor werd het plaatsje Grou nog beter bereikbaar. In de loop der eeuwen werd Grouw welvarend. Er waren veel boerderijen. En ook vissers en schippers, een spinnerij (1719), een houtzaagmolen (1770), vanaf 1800 klokkemakerijen, een roggemolen midden in het dorp, een brandspuitmakerij, lijnbaan, 6 looierijen, een grote met steen gevloerde beestemarkt (veemarkt) en jaarmarkten van vlas, paarden en rundvee en een openbare waag, een rogge- en pelmolen En dan de kerk van Grouw de bekende St.Pieter. In 1584 was daar de eerste predikant ds.G.Besten. Er waren ook 2 Doopsgezinde gemeenten. 2 richtingen de Waterlandse en de Vlaamse Mennonieten. Gebouwen rond de kerk getuigen van vermogende lieden.
Grouster Weagen van Eeltsje Halbertsma:

