www.heidsma.nl 
WWW.HEIDSMA.NL Genealogie Stamboom onderzoek voorouders afstammelingen Deventer toerisma
  • Home
  • Genealogie
  • Deventer
  • Links
  • Voeg toe aan favorieten
  • Foto Albums
WWW.HEIDSMA.NL Genealogie Stamboom onderzoek voorouders afstammelingen Deventer toerisma
WWW.HEIDSMA.NL Genealogie Stamboom onderzoek voorouders afstammelingen Deventer toerisma
  • Menu
  • Home
  • Basis Handleiding
  • Account aanvragen
  • Inloggen
  • Heidsma
  • Hissink
  • Verwante familie
  • Namenlijst
  • Kwartierstaat
  • Historie
  • Met dank aan
  • Over deze site
  • Zoek op deze site
  • Laatste Up-date

  • Hissink
  • Hissink

Kasteel van Oijen



I. INLEIDING



De restanten van het kasteel van Oijen liggen nabij het dorp Oijen in de gemeente Lith (N.B.) aan de linker Maasdijk, in een gebied met bijzondere landschappelijke en natuurwetenschappelijke kwaliteiten.
Het kasteel was de zetel van de voormalige heerlijkheid Oijen, die een bewogen geschiedenis achter de rug heeft en eeuwenlang twistappel is geweest tussen Brabant en Gelre.
In de "voorlopige lijst" staat het kasteel als volgt omschreven:
"Van het KASTEEL VAN OIJEN, gesloopt in 1837, ligt binnen de drooggelopen gracht nog een deel der voorgebouwen (in hun tegenwoordige vorm hoofdzakelijk XIXa): de twee langs een binnenplein gelegen zijvleugels met uitspringende ronde hoektorens (±1600), verbonden een muur, waarin een (gedichte) ingangspoort met bollen op de hekpalen; voorts ten Zuiden de overblijfselen (vermoedelijk FIV), voornamelijk de uit de gracht oprijzende oostelijke en de zuidelijke muur, van een ouder kasteel, waarvan het eerstgenoemde slechts de voorburcht moet geweest zijn.
In het oostelijk paviljoen uitwendig een sierlijk gesmeed anker en inwendig een deel van een (blauwe) tegelbekleding".
Overigens bevinden de resten van de oudste burcht zich niet ten zuiden van het huidige kasteel, maar ten westen.
Muurresten zijn uitsluitend nog bij een zeer lage waterstand zichtbaar.
In de huidige Monumentenlijst staat het object als volgt omschreven:
"Kasteelruïne.

Om gracht voorburcht, bestaande uit twee door een muur verbonden gebouwen, elk met een ronde hoektoren.
Omstreeks 1600, veranderd in het begin van de 19e eeuw.
Ten zuiden hiervan, uit de gracht oprijzend, de overblijfselen (oost- en zuid muur) van een ouder, middeleeuws kasteel". Het kasteel is het enige monument in de gemeente Lith dat voorzien is van het bekende blauwwitte schildje, het internationale kenteken, aangebracht krachtens het Internationale Verdrag van 's-Gravenhage van 14 mei 1954 (Traktatenblad 1955, nr. 47) inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict.

Kasteel van Oijen




Het kasteel Oijen. Vooraan rechts: de huidige westbouw. Midden: de plaats van het vroegere middeleeuwse kasteel. Links: de majestueuze lindelaan.









II. KORTE GESCHIEDENIS VAN HET KASTEEL


De heerlijkheid van Oijen was al vroeg in het bezit van de Heren van Cuijk: bij een broederdeling kwam ze aan Rutger van Cuijk, heer van Boxtel en ging vervolgens over aan het geslacht Van Merheijm. De echtgenote van Dirk van Merheijm, Maria van Cuijk, vrouwe van Oijen, verkocht in 1361 de heerlijkheid van Oijen, met de rechten op de kerken van Oijen, aan Maria van Brabant, gehuwd met Reinald, hertog van Gelder. Voordien reeds bestond er een Huis van Oijen, hetgeen blijkt uit een opdracht van Godefridus van der Heijden, die op 8 februari 1357 het Huis van Oijen aan de Hertog van Brabant geeft en het van hem weer in leen krijgt. Maria van Brabant liet dit huis in 1361 ofwel zeer versterken en tot kasteel uitbouwen, of er werd op de plaats van dit huis een sterk kasteel gebouwd. Dit kasteel mat ongeveer 70x70 m., had een grote toren en was voorzien van een voorburcht en een brede gracht. Maria van Brabant liet op haar kasteel te Oijen munten slaan, waarvan enkele exemplaren bewaard zijn. Er wordt gewag gemaakt van zogenaamde "Mariaguldens", te Oijen geslagen, ter waarde van 27½ en 23½ groten en van tweeërlei Oijense kronen ter waarde van 31 en 29½ groten. (Afb.)

Kasteel van Oijen


De voor en achterzijde van de Rijkse Goudegulden, ook Maria gulden genoemd, geslagen circa 1380 tot 1390. Diameter 22 mm.








In 1846 bevond zich in de penningenverzameling van de Hoogleraar van der Hijs een boddrager van Maria van Brabant, waarvan geen tweede exemplaar meer bekend was en die tot opschrift droeg: "Moneta Oienensis", (Oijense munt) .
Tijdens haar verblijf in Oijen kreeg Maria van Brabant in 1366 van keizer Karel vergunning een tol op de Maas te heffen, welke tol tot in de Franse tijd is blijven bestaan.
Zij overleed in 1399. Toen kwam Oijen onder Gelder, omdat Maria gehuwd was geweest met de hertog van Gelder.
In 1409 gaf de hertog van Gelder, Reinald, de heerlijkheden Oijen en Dieden met de kastelen in ruil aan Jan, heer van Arkel en van Gorinchem.
Deze ruil werd in 1412 opnieuw bevestigd. Toen in 1417 Jan van Arkel in een oorlog van Gelder met Holland gevangen genomen was, hield hertog Reinald van Gelder het slot van Oijen in bewaring.
Na Jan van Arkel zien wij Oijen door de hertogen van Gelder gegeven aan Catherina van Drongelen, echtgenote van Jan van Groenenbosch.
In 1423 heeft Jan van Rossum, ridder en heer Van Rossum, Oijen in leen gekregen.
Bij een deling tussen hertog Arnold en zijn broer Willem, in 1438, behield de eerste Oijen en verpandde hij dit in 1441 aan Dirk van Bronkhorst van Batenburg voor 6000 goudguldens.
Even later werd de heerlijkheid van Oijen door hertogen van Gelder verpand aan het geslacht van Ghendt, dat Oijen lange tijd in bezit heeft gehad.
Meerdere leden uit het geslacht van Ghendt worden in de brieven en contracten als heren van Oijen genoemd: in 1523 de kinderen van Willem van Ghendt, in 1587 Johan van Ghendt, in 1615 Walraven van Ghendt, die in 1620 Oijen verkocht aan Johan van Kettler, vrijheer van Morjoys en Arnboten, Keurv. Brandenburgsch geheimraad, enz. Ondertussen was het oude kasteel van Oijen afgebroken.
Gedurende de Gelderse oorlogen werd enkele malen als vredesbepaling de conditie gemaakt dat kasteel een open huis voor Brabant moest blijven, maar telkens als de oorlog weer oplaaide, ondervond men in Brabant de gevolgen van het feit dat de Gelre dit kasteel had aan deze zijde van de Maas.
Bij een verzoekschrift door de schepen van Oss om ontheffing van belasting van het kwartier van Maasland aan keizer Karel V, werd er vooral de nadruk gelegd op het feit dat Oss zoveel te lijden had van "den huyse van Oijen".
Het is te begrijpen dat, toen in het laatste stadium van de Gelderse oorlogen, de landvoogdes Margaretha in 1511 aan de stad 's-Hertogenbosch verlof gaf het kasteel Oijen af te breken, de inwoners van Oss daaraan graag hun medewerken verleende.
Uitvoerige bijzonderheden over de afbraak zijn te vinden in de stadsrekeningen van Den Bosch.
Om mogelijke verhindering door de Geldersen te voorkomen moest het werk zo snel mogelijk klaar zijn.
Met tweehonderd man was het werk binnen tien dagen gereed.
De muren werden neergetrokken met touw. De dikste muren, onder meer de "grote toren", liet men springen met buskruit.
In 1594 bouwde Johan van Ghendt een nieuw kasteel op de fundamenten van de voorburcht.
Dit kasteel is in de navolgende eeuwen herhaaldelijk verbouwd en uitgebreid.
In een muur van het kasteel bevond zich voorheen een gevelsteen met het jaartal 1667. (Zie Afb.)
Kasteel van Oijen





De gevelsteen van het kasteel, anno 1667.








In het eerste nevengebouw (koetshuis en paardenstal) opgericht. In 1836 werd de heerlijkheid Oijen met het kasteel te 's-Hertogenbosch in het openbaar verkocht. Het kasteel bestond toen uit: "kasteel met bijbehorend gebouw van tuinmanswoning, koetshuis en paardenstal, een oud adellijk huis, hecht en sterk voorzien van schuiframen, -patieuze keukens en kelders en 29 zo boven- als benedenzalen en kamers voorts zolder, toren, muurwerk en klok". Koper was Josephus Smits, wethouder en lid der Provinciale Staten, fabrikant te Eindhoven, die daarop de titel "van Oijen" achter zijn naam voegde (hij overleed in huize Soeterbeek op 3 juli 1845, en heeft nooit op het kasteel gewoond).

Kasteel van Oijen



Landmetertekening (1611) van het tweede kasteel van Oijen (1594-1837)


Kasteel van Oijen



Reconstructie van het kasteel van Oijen, anno 1829.
Reeds spoedig, in 1837, werd het kasteel afgebroken, op een paar vertrekken van de pas gebouwde nevenbouw na, die tot woning werden ingericht, terwijl de brug en grachten van het kasteel in wezen gelaten werden. Toen men bij de Maaskanalisatie in de jaren 30 van de 20e eeuw met een overschot aan zand kampte werd het noordelijk deel van de slotgracht gedempt. Slechts een snelle actie van plaatselijke milieuactivisten avant la lettre kon demping van de hele gracht voorkomen.


Kasteel van Oijen

Het kasteel van Oijen omstreeks 1900. De volgende feiten vallen op: - de ramen waren voorzien van luiken. - het kasteel was reeds geheel wit gekalkt -de houten brug naar de Bovendijk is omstreeks 1920 afgebroken, de poort is toen dichtgemetseld -ook omstreeks 1900 had men reeds last van het slechte metselwerk.

In 1956 brandde het westelijk deel van het kasteeltje (de voormalige paardenstal) af. Het werd van een golfplaten dak voorzien en de sporen van de brand bleven zichtbaar. De toren bleef zonder dak. Het kasteel behoort thans toe aan de G.F. Baggermans, die ter plaatse een agrarisch bedrijf uitoefent.




III. DE HUIDIGE TOESTAND VAN HET KASTEEL


Op dit moment bevindt het kasteel van Oijen zich in een dermate deplorabele toestand, dat gevreesd moet worden dat, indien passende maatregelen achterwege blijven, binnen enige jaren het totale complex zal instoten en voorgoed zal verdwijnen.

Kasteel van Oijen
Indien niet op zeer korte termijn maatregelen genomen worden zullen de nu reeds constateerbare verzakkingen dergelijke vormen aannemen dat de schade onherstelbaar zal zijn.
De belangrijkste oorzaak ligt in het feit dan men in vorige eeuwen een “schil” om het oude, mogelijk 14e eeuws, muurwatering en mogelijk ook door druk van ijs uit de slotgracht laat deze “schil” los en valt in de gracht.
Problemen als deze heeft men blijkbaar al lang want de sporen van – slecht uitgevoerde – herstelwerkzaamheden zijn her en der zichtbaar.
Doordat bij deze herstelwerkzaamheden gebruik werd gemaakt van (meest gebroken) stenen uit het puin en kwalitatief zeer slechte specie, werd de problemen slechts zeer tijdelijk en alleen “voor het oog” opgelost.
Doordat de huidige opbouw en den verbindingsmuur, althans gedeeltelijk kop de “schil” zijn gefundeerd, dreigt verval van het totale kasteel. Sommige delen met name de verbindingsmuur “hangen” momenteel aan de ankers.
Op bijgaande tekening is de omvang van het weggevallen metselwerk globaal weergegeven (Zie Afb.).


Kasteel van Oijen
Opvallend genoeg zijn de fundamenten in de gracht goed.
In mei 1983 werden deze te plaatse van de verbindingsmuur opgegraven tot aan de waterspiegel.
Toen kon worden geconstateerd dat de fundamenten nog in goede staat verkeerden.
Herstelwerkzaamheden zullen dus in eerste instantie moeten bestaan uit het opnieuw optrekken van het weggevallen metselwerk, met een goede verankering aan het bestaande en verder dient men met deugdelijke martiaal te werken.
De in 1956 afgebrande oost bouw zou met eenvoudige middelen behouden kunnen blijven.
De toren heeft geen dak.
Er hebben zich op de “verdiepingsvloer” bomen genesteld, die inmiddels een zodanige omvang hebben bereikt dat ze boven de dakrand uitsteken.
De wortels tasten het metselwerk verder aan.
Ook hier is op korte termijn onherstelbaar verval te verwachten indien passende maatregelen uitblijven.


IV. HET HERSTELPLAN

In 1983/84 is, op initiatief van de Stichting Huis en Hoef van Brabant, door de schrijver, bestuurslid van deze stichting, in samenspraak met de huidige eigenaar een herstelplan opgesteld. In eerste instantie is het plan gericht op: A. het voorkomen van verder verval van het monument. B. herstel van de inmiddels opgetreden schade. Randvoorwaarde hierbij was het beperkte beschikbare budget. Bij een minimum aan financiële middelen moest een optimaal verbeteringsplan worden opgesteld. Het is duidelijk dat er onder deze beperkingen geen sprake kan zijn van algehele restauratie. Het plan omvat dan ook voornamelijk het herstel en stabilisering van de bouwkundige constructie. Daartoe zullen de uitgevallen en loszittende stenen worden verwijderd en schoongemaakt. Tot boven de waterlijn zullen nieuwe (hardgebakken) stenen worden benut. Als het muurwerk in de onderbouw hersteld is, zullen de verzakkingen in de bovenbouw tot het verleden behoren. Het enige op restauratie gerichte werk betreft de oost bouw. Het gaat met name om een (gedeeltelijk) herstel van de brandschade uit 1956. Eertijds vormden oost- en west bouw een duidelijk architectonische eenheid. Woning en stal waren elkaars spiegelbeeld. Met enkele simpele doelgerichte ingrepen kan deze eenheid worden hersteld. Het gaat hierbij om het optrekken van het metselwerk met enkele lagen,het aanbrengen van een dakrand en het vernieuwen van de kozijnen. In de oostelijke toren moet een dak worden aangebracht om verder inwateren en schade door begroeiingen te voorkomen. Op deze wijze is getracht binnen het (beperkte) budget het monumentale karakter van het bouwwerk te herstellen en de basisvoorwaarden te scheppen voor het behoud van de woonfunctie van het gebouw. Een aanvraag om subsidie is ingediend. De gemeenteraad van Lith nam in zijn vergadering van 19 april 1984 het initiatief een bijdrage van 10% in de kosten toe te zeggen. Het wachten is nu op de toezegging van het rijk en provincie.
Kasteel van Oijen

Het kasteel Oijen. Huidige situatie van het kasteel aan de Oijense Bovendijk 34, Oijen. De pijlen geven de plaatsen van het weggevallen muurwerk aan.
Met dank aan: Ir. J.J. Cuijpers "Vrienden van Het Brabantse Kasteel"
Kasteel van Oijen

Kasteel Oijen NU!
Kasteel van Oijen


WWW.HEIDSMA.NL Genealogie Stamboom onderzoek voorouders afstammelingen Deventer toerisma

  • Deventer
  • Lebuinuskerk
    Bezienswaardigheden van Deventer
  • Adres:
  •  J.A.Heidsma
     Dovenetel 19
     7422 NV Deventer
www.heidsma.nl 2005-2012